Woordenlijst

Wij proberen in onze teksten zo min mogelijk ingewikkelde woorden te gebruiken.
Maar soms zijn vaktermen niet te vermijden. Ook in de omgang met artsen worden vaak vaktermen en afkortingen gebruikt.

 

A B C D E F G H I J KL M N O P Q R S T U V W X Y Z

C-flextechniek om een cpap (zie daar) tijdens het uitademen iets minder hard te laten blazen.

A
abdominale beweging bewegingvan de buik; zie ook polysomnografie
ablatie versteviging van het weefsel in de mondholte. Door met een thermische naald er in te prikken, krimpt het weefsel en ontstaat steviger littekenweefsel.
accreditatie kwaliteitseisen die regelmatig gecontroleerd worden voor klinieken die een bepaalde behandeling mogen uitvoeren.
activator beugel/monobloc; verbetert de relatie tussen de boven- en onderkaak; beter kauwen en de mond makkelijker sluiten.
ADD: Attention Deficit Disorder Een stoornis waarbij aandacht en concentratie een ernstig probleem is.
ADHD: Attention Deficit Hyperactivity Disorder Een stoornis waarbij iemand erg druk is en snel afgeleid.
adipositas overgewicht. Zie BMI en obesitas.
AHI Apneu-Hypopneu-Index: gemiddelde aantal apneus en hypopneus per uur, gemeten over de totale slaaptijd.
adrenaline verhoogt alertheid en geeft meer energie; overblijfsel van vecht- of vluchtreactie; o.a. bijnieren produceren adrenaline.
ADSM Academy of Dental Sleep Medicine
AASM American Academy of Sleep Medicine
AI Apneu-Index: het gemiddelde aantal apneus per uur gemeten over de totale slaaptijd.
anamnese vragenlijst waarmee de medische voorgeschiedenis van de patiënt in kaart wordt gebracht.
amnesia geheugenverlies
apneu ademstilstand,langer dan 10 seconden.
arousal wekreactie: het lichaam reageert op afsluiting van de luchtweg; de meeste mensen worden niet echt wakker maar komen tijdelijk in minder diepe slaap.
aritmie onregelmatigheid van bijvoorbeeld van het hart.
auto-pap cpap, waarbij de druk zich automatisch aanpast aan de behoefte van de gebruiker.
B
BiPAP Bilevel Positive Airway Pressure; blaast niet constant lucht, maar neemt sterk terug bij het uitademen.
BMI Body Mass Index (ook wel Quetelet-index): voor het bepalen van de mate van onder- en overgewicht. Het lichaamsgewicht wordt gedeeld door de lichaamslengte in het kwadraat.
Bijvoorbeeld 90 kg gedeeld door 3.06 (1.75 x 1.75) = 29.4
BMI-index tussen 20 en 25 normaal
BMI-index tussen 25 en 30 overgewicht
BMI-index > 30 obesitas
BMI -index > 35 ernstige of morbide obesitas
burnout een psychologische term voor het gevoel opgebrand te zijn; geen energie of motivatie meer vinden voor de bezigheden op het werk
C
cataplexie zie kataplexie
cardiovasculair risico risico op hart- en vaatziekten.
CBO kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg.
Centrale Events gebeurtenissen van centrale apneu.
CO2– meting bepaling van het kooldioxide-gehalte in het bloed.
coblatie zie ablatie
co-morbiditeit ziektes/aandoeningen die met osas samenhangen: hoge bloeddruk, hoog cholesterol, suikerziekte, obesitas, hart- en vaatziekten.
compliance therapietrouw
cortex hersenschors
cortisol product uit bijnierschors, werking aangestuurd door hypothalamus via hypofyse; door te hoge bloedsuikerspiegel (cortisolgehalte) wordt glucose in het bloed omgezet in glucoceen en door insuline in vetweefsel; diabetes 2; regelt dag- en nachtritme; slaap- waakritme; heeft dikmakende werking.
COPD Chronic Obstructive Pulmonary Disease: verzamelnaam voor astma e.d..
CPAP Continious Positive Airway Pressure, apparaat dat met behulp van lucht door een masker te blazen de luchtweg openhoudt. Eerste keuze voor de behandeling van ernstig osas.
Corticale arousal toestand waarin je net niet wakker wordt zonder je er van bewust te zijn, ook niet de volgende ochtend.
CSAS Centraal Slaap Apneu Syndroom; slaapapneu waarbij geen prikkel uit de hersenen komt om te ademen.
CSW Centrum voor Slaap- en Waakstoornissen
CVA beroerte; hersenbloeding/-infarct
D
DBC diagnosebehandelcombinatie, basis voor betaling van ziekenhuiszorg en behandeling. Ieder behandeling heeft eigen code voor declaraties.
desaturatie verminderd zuurstofgehalte in het bloed.
diabetes suikerziekte, verstoring van de insulinehuishouding.
diagnose vaststellen van de aandoening of ziekte.
disposables verbruiksartikelen voor de cpap.
DIMS Disorder of Initiating and Maintenance of Sleep:
verzamelnaam voor alle slaapstoornissen waarbij het in slaap vallen of in slaap blijven het probleem is.
DSI De-Saturatie-Index; zuurstofgehalte van het bloed.
E
EDS Excessive Daytime Sleepiness: overmatige slaperigheid overdag.
elektro-encefalografie EEG = meten van de hersenactiviteit (zie ook polysomnografie); hierbij wordt de hoofdhuid bovenop beplakt met sensoren die zeer zwakke stroomstootjes van het hersenschors kunnen waarnemen.
elektro-cardiografie ECG = registratie van de hartslag (zie ook polysomnografie)
emfyseem verminderde elasticiteit van de longen.
endoscoop kijkbuisje met een doorsnede van 4 mm waarmee de luchtweg gecontroleerd kan worden om te bepalen waar de obstructie zit.
epiglottis strottenklepje; kraakbeenstrookje achter de tong.
ESS: Epworth Sleepiness Scale d.m.v. een vragenlijst vaststellen van waakzaamheid en slaapneigingen overdag.
Expiratie uitademing
F
Fonds PGO Stichting. Fonds PGO: voor patiënten-, gehandicapten organisaties en ouderenbonden die landelijk werkzaam zijn; hiertoe in de gelegenheid gesteld door een jaarlijkse bijdrage van het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS).
G
genioglossus advancement door een operatie kan de tongspier naar voren geplaatst worden, waardoor meer ruimte achter de spier ontstaat.
glossopexie het vasthechten van de tong aan de onderkaak.
glottis stemspleet
H
hyoïd tongbeen
hyoïdthyroïdpexie operatie waarbij het tongbeen naar voren geplaatst wordt; het tongbeen wordt vastgemaakt aan het strottenhoofd.
hypersomnolentie overmatige slaperigheid.
hypertensie hoge bloeddruk.
hypofyse één van de belangrijkste klieren in het lichaam; ligt op de bodem van de hersenen; staat direct in verbinding met het zenuwstelsel; stuurt hypothalamus aan en omgekeerd.
hypopneu sterk verminderde ademhaling; ademstroomreductie van > 50 % met een zuurstofdaling van meer dan 5 %.
hypothalamus regelcentrum; integreert alle autonome en hormonale processen in het lichaam, b.v. lichaamstemperatuur, koolhydratenhuishouding, water- en zouthuishouding, groei en voortplanting; onderdeel van tussenhersenen.
hypoxie zuurstoftekort
I
insomnia slapeloosheid/(te) weinig slaap
insomnie slaapstoornis
inspiratie inademing
insufficiëntie tekort
intramuraal binnen de muren; (met opname) in ziekenhuis of instelling
intranasaal in de neus
K
KNO Keel-, Neus- en Oorarts
kaakosteonomie kaakchirurgie
kataplexie aanvallen van kortdurende spierverslappingen uitgelokt door emoties.
ketenzorg bedoeld om aan te geven dat de verschillende zorgverleners als schakels in een ketting samen (gaan) werken.
L
larynx strottenhoofd; bestaat uit kraakbeen;
LAUP Laser Assisted Uvula Plastic: verkorten van het zachte gehemelte (palatum molle) mbv. laserstraling.
LOA Lapses Of Attention , momenten dat aandacht wegvalt.
M
macroglossie vergrote tong
mandibula onderkaak
monitoring in de gaten houden met apparaten; bewaken door kengetallen; systematisch volgen met rapporten.
monobloc MRA uit één stuk.
morbiditeit het percentage lijders aan een bepaalde ziekte.
mortaliteit sterftecijfer
MRA Mandibulaire Repositie Apparaat; wordt toegepast bij matig osas.
Soort beugel die over de tanden wordt geschoven en die de onderkaak gedurende de nacht naar voren houdt. Vergroot de bovenste luchtweg doordat de tongbasis naar voren wordt gehouden.
MRI Magnetic Resonance Imaging; door middel van een magnetisch veld een ‘foto’ maken van de hersenen: hier komen geen röntgenstralen aan te pas.
MSLT Multiple Sleep Latency Test: een gestandaardiseerde test waarbij de patiënt overdag op een aantal vaste tijdstippen, met een interval van 2 uur en onder vaste condities, de gelegenheid krijgt om in te slapen, gedurende maximaal 20 minuten.
multidiciplinair overleg tussen verschillende specialismen, bijvoorbeeld een longarts met een kno-arts.
MWT Maintenance of Wakefullness Test: omgekeerde van MLST, dus hoelang kun je wakker blijven in een slaapverwekkende omgeving; ook alleen gebruikt bij wetenschappelijk onderzoek.
N
narcolepsie onbedwingbare slaapaanvallen overdag en door emoties uitgelokte tijdelijke verlammingen.
neuroloog zenuwarts; specialist in zenuwziekten
NSWO Nederlandse vereniging voor Slaap- en WaakOnderzoek
nurse practitioner specialist tussen arts en patiënt
NVTS Nederlandse Vereniging voor Tandheelkundige Slaapgeneeskunde
NREM Non-REM slaap (zie ook REM)
O
obesitas ernstig overgewicht (zie ook BMI)
observatie kijken hoe iets gebeurd, hoe iemand zich gedraagt.
obstructie afsluiting
ODI Oxygen Desaturation Index oftewel zuurstofsaturatie.
oral appliance verzamelnaam voor de verschillende soorten MRA’s.
oronasale luchtstroom in- en uitademen
osahs Obstructieve Slaapapneu Hypopneu Syndroom (zie osas)
osas obstructief slaap apneu syndroom; diagnose wordt multidisciplinair gesteld door, longarts, kno-arts en neuroloog. Bestaat uit een combinatie van aantal ademstops (zie AHI) en klachten (zie ESS).
AHI > 5 is verhoogd
AHI < 15-30 matig osas
AHI > 30 ernstig osas.
Bij een lage AHI kan men evenzo goed een matig of ernstig osas hebben, als er veel of ernstige klachten zijn.
osas-richtlijn beschrijving van het syndroom gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten, met daarbij regels hoe de diagnose en behandeling plaats moeten vinden. Als de specialisten de richtlijn onderschrijven verplichten alle specialisten zich zo te werken. De laatste osas-richtlijn is uit 2009 www.cbo.nl.
P
palatum molle zachte verhemelte
parasomnia abnormale verschijnselen, o.m. bewegingsstoornissen tijdens de slaap.
PG Polygrafie, slaapregistratie zonder registratie van hersenactiviteit.
PGB persoonsgebondenbudget, stelt mensen met een chronische ziekte of handicap in staat zelf hulp in te kopen bij de organisatie van hun voorkeur.
pharynx keel, keelholte, slokdarmhoofd, volgt direct na de mond vlak voor de slokdarm.
PLM Periodic Leg Movements; zie ook RLS = Restless Legs Syndrom.
PLMD Periodic Limb Movement Disorder: slaapstoornis gekenmerkt door het optreden van periodieke schokkende bewegingen tijdens de slaap.
PLMS Periodic Leg Movement Syndroom: slaapstoornis waarbij de benen hevig bewegen tijdens de slaap, tijdens bepaalde perioden van de slaap.
PLMW Periodic Limb Movement bij waak = beentrekkingen bij waak.
PMS Periodic Movements in Sleep
polygrafie slaapregistratie zonder registratie van hersenactiviteit (zie ook polysomnografie).
polysomnografie slaapregistratie met registratie van hersenactiviteit (noodzakelijk om de diagnose van de slaapstoornis vast te stellen. De zorgverzekeraar stelt dit als voorwaarde om voor vergoeding in aanmerking te komen); gemeten worden ademhaling (luchtstroom) hersenactiviteit, buik- en borstbeweging, beenbeweging, ligging, REM- slaap, zuurstofsaturatie en snurkgeluid.
PSG zie polysomnografie
PSG met capnografie het meten van de verhouding van de hoeveelheid zuurstof(O2) en kooldioxide(CO2) in de lucht die je uitademt.
Q
Quetelet-index zie BMI (Body Mass Index)
R
RAI Respiratory Arousal Index (zie ook RDI)
RDI Respiratory Disturbance Index = Apneu/Hypopneu-Index (AHI);
Apneus + hypopneus = reras / aantal uren slaap; normaal onder de 10.
REM Rapid Eye Movement: snelle oogbewegingen kenmerkend voor een belangrijke slaapfase (REM-fase).
respiratie/respiratoir ademhaling
RERA Respiratory Effort Related Arousal: de patiënt gaat van dieper naar ondieper slaapstadium, wordt ‘wakker’: is te zien op het PSG.
RLS Restless Legs Syndrom: slaapstoornis met bewegen van de benen gepaard gaand.
S
SAAS SlaapAfhankelijke Ademhalings Stoornis = SRBD
saturatie mate van zuurstofverzadiging in het bloed.
SAS Slaap Apneu Syndroom (zie osas)
slaapcyclus slaapfases.
SDB Sleep Disordered Breathing; slaapstoornis.
slaapendoscopie onderzoek met endoscoop (zie daar) om binnenkant van de neus, keel en stembanden te bekijken; zie ook endoscopie.
slaap latentie test test die de tijd meet die iemand nodig heeft om in slaap te vallen.
smartcardreader apparaat dat geregistreerde gegevens van een chipcard uitleest.
somnoplastie met een operatiesonde met radiofrequentietherapie kan het zachte gehemelte door verhitting tot 80 graden, strakker gemaakt worden, waardoor het snurken minder wordt.
Synoniemen: Somnoplastik, Coblation, Celon Methode, RFITT / HFITT
SPD Sociaal Pedagogische Dienst
SpO2 meting zuurstofmeting d.m.v. vingersensor
SRBD Sleep Related Breathing Disorder = SAAS
SWS Slow Wave Sleep: diepe restauratieve slaap: fase 3 en 4
T
Tachypneu zeer oppervlakkige ademhaling(20/min).
terminaal laatste stadium van een ziekte/aandoening.
therapie behandelen van een aandoening.
thoracale beweging beweging van de borstkas (zie ook polysomnografie).
thyroïd strottenhoofd
titratie vaststellen van de benodigde druk van een cpap; dit kan door een slaaponderzoek, met een formule of het uitlezen van een auto-cpap.
tracheotemie aanbrengen van een buisje (tracheacanule) in de luchtpijp via een snede in de hals; zeer radicale manier om een einde te maken aan ademhalingsstoornissen in de bovenste luchtweg.
U
UARS Upper Airway Resistence Syndrom: slaapstoornis zonder apneus of hypopneus, maar toch verminderde flow door de luchtweg met als gevolg een arousal.
UPPP Uvula-Palato-Pharyngo-Plastiek; het grootste deel van de huig (uvula) en het zachte gehemelte (palatum molle) wordt weggehaald. Chirurgisch verkorten van het zachte gehemelte (palatum molle) en tevens keelamandelen (tonsillectomie).
Uvula huig
V
vinger-oxymetrie meting van het zuurstofgehalte in het bloed via vingertopje.
Z
zuurstofdesaturatie sterke daling van de zuurstofgehaltes: 5% wordt afwijkend beschouwd.