De psychologie van slaap en beter slapen

Psychologie bij slaapproblemen
Psychologe Arentina Drenth werkt met mensen met slaapproblemen, zoals slapeloosheid en slaapapneu. Zij vindt dat psychologie een belangrijke rol speelt bij slaap. Bij slapeloosheid helpt cognitieve gedragstherapie vaak beter dan slaapmedicijnen. Daarbij leer je anders denken en anders omgaan met slaap.
Dezelfde klachten verschillende oorzaken
Volgens Drenth kunnen dezelfde klachten verschillende oorzaken hebben. Moeheid, concentratieproblemen of somberheid kunnen komen door slaapapneu, maar ook door depressie, burn-out of de overgang. Als de diagnose niet klopt, werkt de behandeling vaak niet goed. Daarom is het belangrijk om zowel naar lichaam als naar gedachten en emoties te kijken.
Hormonen en slaap
Drenth doet ook onderzoek naar hormonen en slaap, vooral bij vrouwen. Na de overgang maken vrouwen minder oestrogeen, progesteron en testosteron aan. Dit kan invloed hebben op slaap, stemming en concentratie. Minder progesteron kan de ademhaling beïnvloeden en mogelijk een rol spelen bij slaapapneu. Een tekort aan testosteron kan leiden tot geheugenproblemen en moeite met denken.
Gedachten en piekeren
Een belangrijk deel van haar werk gaat over gedachten. Piekeren kan slaap slechter maken en je somber laten voelen. Drenth leert mensen om hun gedachten te herkennen en te veranderen. Als je anders denkt, ga je je vaak beter voelen en slaap je beter.
Controle over je slaap
Met haar boeken en therapie wil Drenth mensen meer controle geven over hun slaap en leven. Ze laat zien dat kleine veranderingen in denken en doen al veel kunnen helpen.
Deze tekst is een samenvatting van een artikel van Jan Ros in het ApneuMagazine







