Leren omgaan met maskerangst

Angst voor het masker bij de (c)pap
Sommige mensen met apneu vinden het moeilijk om een cpap-masker te dragen. Ze kunnen angst of spanning voelen. Bijvoorbeeld angst om te stikken of een gevoel van claustrofobie. Anderen vinden het masker vervelend door een slechte ervaring in het verleden. Ook zorgen over geluid of over de partner kunnen een rol spelen. Voor deze mensen kan psychologische hulp helpen. In het Martini Ziekenhuis in Groningen gebruiken psychologen vaak cognitieve gedragstherapie (CGT).
De intake en het behandelplan
De behandeling begint met een intakegesprek. De psycholoog onderzoekt waarom het voor de patiënt moeilijk is om het masker te dragen. Samen kijken ze naar de problemen en de oorzaken. De meeste patiënten begrijpen wel waarom ze het masker nodig hebben. Daarna doet de psycholoog een voorstel voor een behandeling. Als de patiënt akkoord gaat, start de therapie. CGT is meestal een belangrijk onderdeel.
Wat is cognitieve gedragstherapie?
Bij cognitieve gedragstherapie kijken patiënten naar hun gedachten, gevoelens en gedrag. Mensen leren hun eigen denkpatronen herkennen. Sommige gedachten zijn niet realistisch of helpen niet. Bijvoorbeeld de gedachte: “Als ik het masker opzet, stik ik.” In de therapie leren patiënten zulke gedachten te veranderen in meer helpende gedachten. Dat kan zorgen voor minder angst en ander gedrag.
Oefenen met het masker
Soms oefenen patiënten ook met het dragen van het masker. Ze beginnen bijvoorbeeld met één minuut. Als dat goed gaat, wordt de tijd langzaam langer. Ook doen patiënten ontspanningsoefeningen. Zo leren ze rustiger te blijven tijdens het dragen van het masker. Het masker krijgt daardoor een positievere betekenis.
Resultaten van de behandeling
Veel patiënten merken dat de therapie helpt. Het masker wordt makkelijker te dragen en de angst neemt af. Meestal zijn vijf tot tien sessies genoeg. Het doel is dat patiënten uiteindelijk zelf verder kunnen. Goede slaapgewoonten en steun van een partner kunnen daarbij ook helpen. Als het nodig is, kan een psycholoog extra begeleiding geven.
Bovenstaande tekst is gebaseerd op een artikel van Ansje Bootsma uit het ApneuMagazine







