Slaaponderzoek

Ontdekken wat er gebeurt terwijl je slaapt
Veel mensen weten niet precies wat er gebeurt tijdens een slaaponderzoek. Toch is het belangrijk bij klachten zoals snurken, moeheid of een vermoeden van slaapapneu. Met een goed onderzoek kan de arts zien hoe je slaapt en welke behandeling nodig is.
Soorten slaaponderzoek
Er zijn twee hoofdsoorten: polygrafie (PG) en polysomnografie (PSG). PG meet ademstops, snurken en het zuurstofgehalte in het bloed. Ook kijkt het naar je slaaphouding. PSG is uitgebreider. Het meet daarnaast slaapfases, slaapdiepte, hartslag en beenbewegingen.
Wanneer krijg je een slaaponderzoek?
Je hebt een verwijzing van de huisarts nodig.
Polygrafie wordt gebruikt bij vermoeden van slaapapneu bij verder gezonde patiënten. Polysomnografie wordt gebruikt bij complexere klachten of als een nauwkeurigere meting nodig is. Het onderzoek kan ook laten zien of een behandeling goed werkt of bij nieuwe klachten.
Hoe gaat het onderzoek?
Je krijgt sensoren en banden op borst en buik voor de ademhaling. Een clipje op de vinger meet het zuurstofgehalte. Bij PSG komen extra elektroden op hoofd, kin, ogen en benen.
Je slaapt thuis of in een slaapcentrum. De volgende ochtend worden de sensoren verwijderd. Uitslag meestal binnen twee weken.
Wachttijden en andere testen
Gemiddelde wachttijd is 4–5 weken, de maximaal aanvaardbare wachttijd is 4 weken. Zorgverzekeraars helpen soms met wachtlijstbemiddeling. Privéklinieken zijn vaak sneller.
Eenvoudige thuistesten zoals WatchPAT, OSAsense en NightOwl verkorten de wachttijd.
Deze tekst is een samenvatting van een artikel van Gerda Nater & Jos van Beers in het ApneuMagazine







